Backpackers en

Phopho

Ik nam eens op een feestje een verkeerde afslag en belandde per ongeluk in een kring waar ik de enige was die niet kon meepraten over de ontberingen van westerse backpackers in Zuid-Oost Azië. Ik was ook net op tijd om mee te krijgen dat dat inmiddels een treurig achterhaalde bestemming was. Een beetje aan ‘wanderlust’ lijdende mens reist uitsluitend nog naar (echt) moeilijke landen. Een aantal aanwezigen lachte even smakelijk om de sukkels die nu nog naar Australië gingen. (Stel je voor.) Ik dacht aan iemand die me ooit zonder ironie vertelde dat hij in Cambodja, tussen de armoede en de echo’s van de oorlog, had ‘gevoeld dat hij leefde’. Dat kon niet in Amsterdam, zei hij.

Ik leerde die avond veel. Bijvoorbeeld: een van de bijwerkingen van backpacken door Z-O Azië is dat men zichzelf daar vervolgens erg graag over hoort praten. Ik hoefde niets aan het gesprek bij te dragen. Het hoekje met de backpackers was daardoor een bijzonder comfortabele plek om bij te komen van de rest van het feestje. Ik dronk in alle rust mijn drankje en luisterde naar de sprekers die elkaar steeds een andere versie van hetzelfde verhaal vertelden. Het was bijna even rustgevend als het geluid van de wind door de bomen. Een nietszeggend ruisen waar je je eigen gedachten en gevoelens op kunt projecteren.

Bijvoorbeeld: sommige mensen gaan in hun twintiger jaren backpacken door Zuid-Oost Azië. Anderen liggen rond diezelfde tijd bedwelmd op de bank te kijken naar hoe Anthony Bourdain kreunend een bord Pho consumeert. Misschien vinden ze dat een beetje opwindend. Misschien gaan die mensen jaren later zelf een keer Pho maken. Misschien is koken een soort reizen in de pan. Misschien voelen die Pho-kokende mensen thuis al dat ze leven.

(Luister naar Otis terwijl je Pho maakt.)

 

Pho

        • 2 theelepels suiker
        • 1/4 eetlepel zout
        • 1 eetlepel zwarte peperkorrels
        • 3 gekneusde kardemompeulen
        • 2 grote uien
        • 2 sjalotten
        • een stuk gember (ter grootte van een duim)
        • 1/2 theelepel komijnzaad
        • 5 stukjes kruidnagel
        • 5 stuks steranijs
        • 1 kaneelstokje
        • 1 eetlepel korianderzaad
        • 1 eetlepel venkelzaad
        • 4 eetlepels vissaus
        • 2 schenkels met been*
        • 2 mergpijpjes*
        • de botten van 4 kippenpoten*

          Voor erbij
        • een pakje rijstnoedels
        • een biefstukje
        • taugé
        • verse koriander
        • in flinterdunne halve maantjes gesneden rode ui
        • in ringen gesneden bosui
        • basilicum
        • munt
        • rode peper
        • limoen
        • sriracha saus
        • hoi sin (van mij hoeft dit niet, maar ik ken liefhebbers)

* Ik had voor een ander gerecht vier kippenpoten van de botten ontdaan. Die botten zijn niet verplicht, maar als je ze toch hebt: ze doen een bouillon goed. Schenkels en been zijn lekker, maar gebruik ook vooral ossenstaart als je die tegenkomt.

Rooster de gember, uien en sjalotten op open vuur. Prachtig als dat buiten kan in een warm, niet regenachtig land hier ver vandaan, maar bij het vuur van een gasfornuis kan dit ook prima. Voor wie geen geduld heeft om bij het vuur te staan, is de oven ook een optie. Zie hier hoe dat er uit kan zien. Fascinerend, niet?

Breng water aan de kook in twee flinke pannen en kook de schenkel, de mergpijpjes en de kippenbotjes heel even in een van de twee pannen. Ik heb me laten vertellen dat dit voorkomt dat eventuele onzuiverheden in je soep terecht komen.

Haal de pan met gekookte botten na zo’n vijf minuten van het vuur en verplaats de botten naar de andere pan met kokend water.

Voeg de geroosterde gember, uien en sjalotten en ¼ eetlepel zout toe aan de pan waar de botten, mergpijpjes en schenkel in zitten. Laat circa twee uur zachtjes koken.

Rooster de kruiden heel even in een droge pan en voeg ze toe aan de bouillon. Voeg ook vissaus, suiker en zout toe. Laat dit nog een uurtje heel zachtjes koken.

Zeef de bouillon, proef en breng eventueel verder op smaak met suiker, vissaus en/of zout.

Week de rijstnoedels en kook ze. Doe maar gewoon wat de verpakking zegt.

Snijd de limoen in partjes.

Snijd een rode ui in flinterdunne halve maantjes.

Snijd bosui en rode peper in ringen.

Was wat taugé. (Blancheer als je wilt.)

Doe wat gekookte noedels in een kom.

Snijd de biefstuk in dunne reepjes en leg deze met de flinterdun gesneden ui ook in de kom.

Lepel hierover de kokend hete bouillon.

Serveer de pho met taugé, rode peper, bosui, munt, koriander, basilicum en partjes limoen ernaast.

Comments are closed.