Dauwtrappen en

rum crêpes

Vanochtend stond ik om kwart voor 5 op om voor het eerst te gaan dauwtrappen met de boswachter. Dat klinkt intiemer dan het was; er waren nog zo’n honderd bijzonder wakkere, kletsende mensen bij.

De boswachter hield tijdens de pauzes praatjes over onder andere de heide, de geurklier van een reebok, het kappen van bomen en waarom het noodzakelijk was om het bos uit te dunnen. Ik was afgeleid. Het kwam door zijn hoed. En het gezang van de vogels. En de dennengeur. En een aandoenlijk hyperactieve Border Collie die er een paar uur lang alles aan deed om de groep bij elkaar te houden.

Dit is wat ik wel hoorde:

– Bij onweer moet men nooit onder een eik schuilen. Onder een beuk is het veiliger.
– De vrouwtjesree is streng. Het geitje is maar vier dagen per jaar bereid tot paren. De rest van de tijd heeft ze het te druk met haar carrière en het hebben van een sociaal leven.
– Het wordt een goed bosbessenseizoen.

Aldus de boswachter. Met zijn hoed.

Het is een goede dag om gedichten te lezen. Bijvoorbeeld Mei van Gorter. Het is ook een goede dag om crêpes te bakken met wat donkere rum door het beslag.

(Luister.)

Rumcrêpes

    • 1 cup bloem
    • een snufje zout
    • 1 ei
    • 1 eetlepel donkere rum
    • 3/4 cup melk
    • 1/2 cup ongezoete amandelmelk
    • 2 eetlepels gesmolten ghee
    • kokosolie of ghee om de crêpes in te bakken

Meng de bloem en het zout in een kom en maak een kuiltje in het midden van dit geheel.

Meng rum, melk en amandelmelk. Meng dit geheel vervolgens met het bloem-zout mengsel.

Voeg de gesmolten ghee toe aan het beslag en meng goed.

Laat het beslag minstens een half uur rusten.

Laat de pan goed warm worden en voeg dan wat kokosolie toe.

Giet een beetje beslag in het midden van de pan en draai met de pan zodat het beslag zich over de bodem van de pan verspreid. Bak de crêpes goudbruin, maar niet knapperig.

Eet met jam of coulis of poedersuiker of Nutella of pure chocoladepasta.

Comments are closed.