De dood, de geur van dennenbomen en

mijn rendang

Ik heb het tweede seizoen Girls laten komen, ik heb alle afleveringen gekeken en ik was van plan er een stukje over te schrijven. Over hoe ik na twee seizoenen meen ook de rest te willen zien. Al is het maar omdat de kans bestaat dat ik nog een aflevering tegen zal komen als “One man’s trash” (die ik mooi vond van regie tot muziek tot de constructie van het ding dat meer aan een korte film dan aan een aflevering van een serie deed denken). Maar waar ik vooral een punt van wilde maken was dat ik de serie het liefst alleen en achter gesloten deuren keek. Ik wilde in het voorgenomen stukje het kijken van Girls vergelijken met andere dingen die ik het liefst alleen en achter gesloten deuren deed en nam me voor te kijken of ik afrondend iets zou kunnen zeggen over schaamte en schaamteloosheid, want daar ging het volgens mij uiteindelijk om.

Dat had ik leuk bedacht, maar er ging iemand dood en de dood gooit agenda’s om, verschuift meer in het algemeen prioriteiten, ontregelt het dag-nachtritme en tast het gevoel voor humor en lichtheid aan.

Het waren intense dagen vol waarnemingen en voornemens.

Ik heb gezien dat het mogelijk is om de dood van een geliefde te ontkennen. Het vergt het vermogen om te verkrampen en emoties diep weg te stoppen. Het ziet er niet uit, maar het is wel degelijk mogelijk. Ik nam me voor om zelf niet te verkrampen.

Ik heb mijn hoofd gebroken over hoe een kamer leeg kon blijven bij een aangekondigd sterfbed, maar ik begreep het niet en labelde het voor nu maar zo: absurd. En droef. Ik nam me voor om zelf wel te blijven kijken, ook als het onaangenaam werd. Ik nam me voor er wel te zijn.

Ik heb geluisterd. Naar het verdriet van anderen, naar andermans verontwaardiging, andermans woede, maar ook naar ontroerende herinneringen en voorzichtig uitgesproken hoop. Ik nam me voor om vaker zo te luisteren.

Ik ben stil geweest.
Ik ben boos geweest.
Ik heb me geërgerd.
Ik heb anderen getroost.
Ik heb me verbaasd.
Ik ben verdrietig geweest.
Ik ben door anderen getroost.

De begrafenis bracht verlichting.
Er waren naar beneden dwarrelende bladeren onderweg naar het graf.
De begraafplaats rook naar de dennenbomen waar de zon doorheen scheen.
De dominee die de dienst leidde klonk als Dominee Gremdaat.
En ik kan nu met stelligheid zeggen: ik wil geen orgel bij mijn begrafenis.

Deze pan was ooit van de overledene.
pan

Ik had me voorgenomen rendang voor haar te maken. Ik was te laat, maar deed het nu toch maar. Ter afscheid.

(Luister.)

Mijn rendang

  • 1 theelepel kokosolie
  • 500 gram sucadelappen of riblappen of ander stoofvlees
  • 1 eetlepel tamarinde (assem)
  • 3 stengels citroengras
  • 600 ml kokosmelk
  • 1 salam blad (Indonesisch laurier)
  • 6 kaffir limoenblaadjes
  • 1 duim gember (of een halve duim gember en een halve duim laos)
  • 1 schijfje palmsuiker
  • 1 theelepel geelwortel (koenjit)
  • 1 theelepel trassi
  • 1 theelepel korianderzaad
  • 1/4 theelepel komijnzaad
  • 1 kaneelstokje
  • de schil van 2 kaffir limoentjes (alleen het groen, het wit is bitter)
  • 5 gekneusde kardemompeulen
  • 3 eetlepels gedroogde kokos
  • 12 gedroogde rode pepers
  • 5 sjalotten
  • 5 tenen knoflook
  • 1/2 theelepel zout

 

Verwijder de zaadlijsten uit de pepers en week ze in lauw water terwijl je de rest van de ingrediënten voorbereidt.geweekte pepers

Los de tamarindepulp op in 100 ml heet water.

Rooster in een droge pan de komijn- en korianderzaadjes tot deze geurig zijn. Stamp de kruiden dan fijn in een vijzel.
korianderzaad en komijnzaad

Rooster in een droge pan de gedroogde kokos.
geroosterde kokos

Kneus de kardemompeulen.

Maak de gember/ laos schoon en snijd fijn.

Maak het citroengras schoon. Kneus twee stengels en snijd een stengel fijn.

Pel de knoflook en de sjalotten.

Stamp in een vijzel of pureer in een keukenmachine de knoflook, sjalotten, gember, fijngehakte citroengras, trassi, koenjit en de geweekte chilipepers. Dat komt er ongeveer zo uit te zien:

kruidenpasta

Verwarm de olie in een pan.

Bak hierin het kaneelstokje en de kardemompeulen even mee. Voeg hier de kruidenpasta en het fijngestampte koriander- en komijnzaadmengsel aan toe. Bak even tot je de kruiden kunt ruiken.

Voeg het vlees en de gekneusde citroengrasstengels toe. Schep alles goed om en bak weer even mee.

 

Voeg het gezeefde tamarindewater, het salamblad, de limoenblaadjes en de helft van de (geraspte) palmsuiker toe. Schep goed om.

Voeg kokosmelk en kaffir limoenschil toe en breng zachtjes aan de kook.

Kook twee a drie uur. Zachtjes. Rustig. Het gerecht zal steeds donkerder worden. Proef tussendoor en kruid eventueel bij met zout en/ of palmsuiker.


Dit is het punt waarop je moet besluiten wat voor mens je bent. Ben je er een die vindt dat rendang geen rendang mag heten als het saus heeft: kook dan verder.

Houd je wel van saus bij je rendang en blijf je het koppig rendang noemen al heet het met saus eigenlijk anders? Hoi, soortgenoot. Proef je rendang. Voeg als je tevreden bent over de smaak de geroosterde kokos toe, schep om en maak een klein proefbordje voor jezelf, want het is belangrijk de rendang te proeven met rijst. Echt waar. En misschien ook met een hapje groenten. Dat past gewoon niet op een lepel. Maak maar een proefbord. Doe maar.

 

 

Comments are closed.