De oude eetkamer, mijn moeder en

in cognac gemarineerde escargots

Uiteindelijk zou mijn moeder een huis laten bouwen dat naast bad- en slaapkamers vooral uit keuken zou bestaan, maar tot die tijd woonden we in een huis met een kleine, smalle ruimte die voor een keuken door moest gaan. We hadden wel een ruime eetkamer die aan een fruittuin grensde. Mijn moeder ging ervan uit dat die fruittuin bij ons huis hoorde en plukte er enthousiast mango’s, maar de huisbaas gaf al snel aan dat dat niet de bedoeling was. Sterker nog: we mochten daar helemaal niet komen. Dat weerhield mijn moeder er overigens niet van om kokosnoten uit diezelfde tuin te ontvreemden.

In de eetkamer naast de verboden fruittuin stond een platenspeler en een kast waarachter we jaren later nog te slim verstopte paaseitjes terugvonden. Er stond ook een tafel omringd door lichtbruine, vermoedelijk nepleren, vaaglijk jaren zeventig aandoende stoelen die veel beter in mijn herinnering opgeslagen zijn dan de tafel zelf. Ik vermoed dat het een ovale tafel was, maar het had ook een ronde tafel kunnen zijn. In mijn herinnering was ‘ie wat wankel, maar ook dat weet ik niet zeker. Het doet er ook niet toe, want wat er op die tafel stond was interessanter.

Ik vermoed dat we de eetkamer alleen gebruikten voor echt feestelijke maaltijden, want als ik me de tafel voor de geest probeer te halen is deze in volle glorie gedekt en staat er allerlei decadents op te dampen. Een enorme lamsbout. (Of was ik nog klein en leek het vlees daarom groot?) De befaamde broccolitaart. (Of was het spinazie?) Een hele, geglaceerde ham. (Kerst!) Extreem gevulde soepen. Gepekelde zalm. Respectabele stukken ossenhaas in sinaasappelsaus. Glazen champagne met druiven erin. (Oudejaarsavond!) En escargots. In de schelp. Met een tang en een vorkje om ze uit hun huisje te peuteren.

Ik weigerde slakken te eten. Mijn moeder drong niet aan. Dat hoefde ook niet. Zoals met alle gerechten die ze maakte en die ik weigerde te eten, hoefde ze niets anders te doen dan ze voor zichzelf en anderen te blijven maken. De geur lokte me toch wel de keuken in waar ik eerst keek, aarzelde en uiteindelijk proefde wat ik gemist had. Altijd.

Dit zijn de escargots die mijn moeder maakte. Ik heb ze zorgvuldig gereconstrueerd. Volgens haar recept. Deels met dezelfde schelpen die vroeger in de eetkamer op tafel hebben gestaan. Ook het tangetje en het vorkje zijn authentiek. Van de vrouw die me leerde eten door te koken.

(Luister.)

 

 

In cognac gemarineerde escargots

    • Een blikje escargots (24 stuks)
    • Schelpjes om de escargots in te bakken (ongeveer 24 stuks)
    • Een klein flesje cognac (5cl)
    • 100 gram ongezouten roomboter
    • 2 volle eetlepels fijngehakte peterselie
    • 1 volle eetlepel fijngehakte sjalot
    • 2 fijngehakte teentjes knoflook
    • zout en peper

Laat de slakken uitlekken in een vergiet en doe ze dan in een kommetje met de cognac. Laat de slakken zo een uurtje marineren.

Hak ondertussen peterselie, knoflook en sjalot fijn en meng deze met de boter, het zout, de peper en twee eetlepels cognac.

Vul de schelpjes. Eerst een beetje boter, dan een slak (of twee als ze klein zijn) en dan weer boter.

Doe de gevulde schelpen in een ovenschaal met de opening naar boven, giet de cognac waar de slakken in lagen op de bodem van de schaal en schuif de schaal in de oven onder de grill.

Grill tot de slakken goed verhit zijn en de boter bubbelt.

Eet met grote hoeveelheden brood om in de boter te dopen.

Comments are closed.