De wetenschap en

oliebollen

Zorgvuldig uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat 90 procent van de mensen vindt dat oliebollen niet na oudejaarsavond geconsumeerd mogen worden. Daarnaast is er nog een kleine groep mensen die op 1 januari over onvoldoende levenskracht beschikt om voedsel te bereiden of te bestellen en in hongerige katertoestand grijpt naar de bollen van de nacht ervoor. Dat wordt sociaal nog net geaccepteerd, maar daarna is het doorgaans uit met de bollen en volgt er een periode van schuld en koolhydratenvermijding boetedoening aansluitend op de December-excessen. (Lees hier wat ik daarvan vind.)

Dan is er een nog kleinere groep mensen die vindt dat oliebollen mogen zolang het buiten koud is. Diezelfde groep vindt ook dat oliebollen zonder schuldbewust gemiep gegeten dienen te worden. Met aandacht. Met mate. Met poedersuiker. Onderzoek heeft uitgewezen dat de mensen uit deze laatste groep in alle opzichten leuker zijn.

Bij eenzelfde onderzoek is overigens ontdekt dat de hierboven beschreven verschillen niet aangeboren zijn. Een betere omgang met oliebollen is aan te leren. U heeft hierbij de meeste kans op succes als u de bollen op een winterse dag maakt. Staar dan, terwijl u poedersuiker over de vers gefrituurde bollen strooit, door het raam naar de sneeuw. Is het niet enig hoe uw handeling deels in de natuur herhaald wordt? U kunt met enige moeite in het strooien van poedersuiker op uw oliebollen aan het einde van januari een metafoor zien voor vrijheid of een ander groot concept of filosofisch idee. Of raak de weg kwijt in een metafoor waarin u zelf een oliebol bent, maar wat is de sneeuw dan en wie zijn die andere bollen? Sluit in elk geval uw ogen als u de eerste hap neemt en voel hoe u nog leuker wordt dan u al was.

(En luister.)

Oliebollen

    • 400 ml lauwe melk
    • 30 gram verse gist
    • 100 ml bier
    • 500 gram bloem
    • 5 gram zout
    • de schil van 1 citroen
    • 1 appel
    • 75 gram rozijnen
    • 125 gram krenten
    • olie om in te frituren
    • poedersuiker

(Dit recept levert ongeveer 30 bollen op.)

Los de verse gist op in 100 ml lauwe (dus niet hete) melk en leg het mengsel op een warme plek. Het mengsel zal gaan ‘schuimen’ en komt er dan zo uit te zien:

Meng in een grote kom de bloem met het zout en maak een kuiltje in het midden van het mengsel.

Giet het gist-melk mengsel in het kuiltje en schep om.

Voeg dan beetje bij beetje eerst de rest van de lauwe melk en dan het niet al te koude bier toe en roer met een houten lepel tot alles goed gemengd is. Niet te lang blijven roeren.

Rasp de appel en voeg deze toe aan het beslag.

Voeg dan nog de geraspte citroenschil,

de rozijnen

en de krenten toe.

Meng het geheel.

Dek de schaal af met vershoudfolie, wikkel het geheel eventueel in een theedoek en leg op een warme plek.

Laat het deeg 1 a 2 uur rijzen of tot het minstens tweemaal zo groot is geworden.


Verwarm de olie. Laat de olie niet te warm worden. Ergens tussen 150 en 160 graden is warm genoeg.

Doop twee eetlepels in het vet en schep met een lepel een bol uit het deeg. Met de andere lepel kun je de bol eventueel wat ronder maken en deze vervolgens in het vet laten glijden.  Maak eerst een proef-amoebe proefbol. Zo:

Bak de resterende bollen in 6 tot 8 minuten gaar en houd ze warm in de oven tot alles klaar is. Hoeveel het er precies kunnen zijn, hangt van de grootte van de pan af, maar bak niet teveel bollen tegelijk. (Ik bakte er drie per keer.)

Bestrooi met poedersuiker.

Comments are closed.