Herfstige behoeftes en


brioche

De stad was mooi en vriendelijk gisteren. De koffiewinkel, de kinderboerderij, de bloemenkiosk, een ineens verschenen slow juice-plek: het lag er allemaal mooi bij. (Maar wat is slow juice?)

Terwijl ik door het park fietste, deed een plotselinge windvlaag de bomen zo mooi ritselen dat het klonk alsof ik bij de zee was. Ik dacht: geluk is dat ik dit opmerk, dat het me niet ontgaat. Ik geloof dat ik gelukkig was op die fiets. Gewoon. Gelukkig.

Even later hield een mevrouw voor mij bij de kassa een lofzang voor de winkel waar we ons bevonden. De ‘logische inrichting, de spullen, de inkoper is zo goed bezig en de hele sfeer, zoveel mooie dingen en als je van koken houdt, o, o, o!’ Haar adem stokte zowat. ‘ Ik kijk mijn ogen uit,’ zei ze. Ze zuchtte er zachtjes bij. Het kassameisje moest erom glimlachen. ‘ De truc hier is de geur,’ had ik moeten zeggen. Ik zei het niet, want ik meng me niet zo snel in gesprekken, maar het is wel zo. Het ruikt vreselijk lekker in die winkel. Ik zou die geur ook in mijn huis willen hebben. Dat is de voornaamste reden waarom ik in die winkel kom. Dat, en hun vanille-extract. En gisteren kocht ik er ook een pot voor mijn nieuwe eetbare lavendelplant. Terwijl ik me niet in andermans gesprek mengde, stelde ik me voor dat ik iets ongelooflijks chics ging maken met die voor consumptie geschikte lavendel. Een visschotel of zo. Ooit. Snel. Hopelijk voor de herfst.

Hallo. Ik dacht aan de herfst in de rij bij de kassa. (En later weer.) Het zou nog niet moeten mogen en ik ben nog lang niet klaar met de zomer, maar het lag echt niet aan mij. Het weer was vaaglijk herfstig. En toen weer niet. En toen weer wel. En toen weer niet. Ik raakte er een beetje van in de war. Ook op de fiets. Hoe kon het ineens zo hard waaien? (En dan weer niet. En dan weer wel.) Ook vroeg ik me op de fiets af of wat ik voelde een rukwind was. Ik denk nooit een zin met het woord ‘ rukwind’ erin. Dit is nieuw. Om dat te vieren ga ik het woord in nog een zin gebruiken:

Ik krijg herfstige behoeftes van rukwinden.

Het is nog waar ook. Ik wilde onder een deken op de bank een suffe film kijken of een boek lezen, luisteren naar de wind, thee drinken, brood bakken, kaarsjes branden, platen van J J Cale draaien. Ik heb het ook gedaan. Alles. Behalve die film op de bank onder een deken. Dat komt nog wel. Als het echt herfst wordt.

Dit recept is een beetje een valsspeelrecept. Voor valsspeelbrioche. Ik weet te goed hoeveel eieren en boter en tijd er in een brioche moeten om het zo luchtig te krijgen dat je er zowat tranen van in je ogen krijgt. Ik las circa twaalf recepten achter elkaar die dit bevestigden en ik bleef zoeken tot iemand zou beweren dat het makkelijker kon. Ik vond iemand. Gelukkig. Ik deed, behalve wat aanpassingen her en der, in grote lijnen wat zij deed en dacht: ik zou dit geen brioche noemen. Daar blijf ik bij, maar het ruikt ernaar en het lijkt erop en o wat was het lekker, vers uit de oven met een beetje boter erop. En geroosterd bij het ontbijt de volgende dag. (En tijdens het kneden van het deeg roken mijn handen naar roomboter en gist, net als bij ‘echte’ brioche.)

In de herfst maak ik de brioche voor mensen die niet vals spelen. Nu is het erg belangrijk dat er naar dit liedje geluisterd wordt.

 

Brioche voor mensen die vals spelen

  • 250 gram tarwebloem
  • 75 gram roomboter (zacht en in stukjes)
  • 3 eieren
  • 1 eetlepel gist (ca. 6 gram)
  • 2 eetlepels suiker
  • 100 ml lauwe melk (houd een eetlepel achter)
  • 1 snufje zout

 

Meng de bloem en gist in een grote kom.

Kluts twee van de drie eieren.

Maak een gat in het midden van het bloem-gist-mengsel, giet hierin de melk en meng alles goed door elkaar.

Voeg de boter, de suiker en het zout toe en meng goed tot de boter in het mengsel is opgenomen.

Voeg de twee geklutste eieren toe aan het bloem-gist-boter-zout-suiker-mengsel.

Bestuif het aanrecht met bloem.

Stort het nu erg plakkerige deeg hierop en kneed het tot er een elastische deeg ontstaat. Bij mij duurde dat ongeveer een kwartier.

Maak dan een bol van het deeg. Zo:
deeg

Doe de bol in een grote, schone kom, dek met vershoudfolie af en laat 2 uur rijzen op een warme plek. In bed, in een deken gewikkeld, bijvoorbeeld. (Wie doet dat nou?! Niemand. Heus niet.)

Het is twee uur later en het deeg is nu ongeveer twee keer zo groot. Zoiets:
na 2 uur rijzen

Druk met je vingertoppen de lucht uit het deeg en kneed het deeg nog een kwartier.

Vorm vier bolletjes van het deeg. Zo:
deegbolletjes

Vet een broodvorm in en leg hierin de bolletjes naast elkaar, dek met vershoudfolie af en laat anderhalf uur rijzen.

Kluts als de rijstijd voorbij is het laatste ei met 1 eetlepel melk.

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Breng met een borstel voorzichtig het ei-melk-mengsel aan op het deeg. Alleen de bovenkant. Laat het niet langs de zijkanten druipen.

Snijd het deeg in. Bijvoorbeeld een klein sneetje in het midden van elk bolletje. Niet te diep snijden.

Bak het brood 20 tot 30 minuten in de voorverwarmde oven. (Bij mij duurde het exact 23 minuten.)

Eet het brood als het nog een beetje warm is. Probeer een stukje over te houden om de volgende dag geroosterd bij het ontbijt te eten. Zo:

geroosterd ook lekker

 

Comments are closed.