Nog meer stilte en

geroosterde meiraapjes

De oven was warm. Een graad of 200/ 220 C. Ik schilde de meiraapjes met een dunschiller en sneed ze in stukken. Ik deed er zout, cayennepeper en zwarte peper op. En een scheutje olijfolie. En tijm. En mogelijk wat rozemarijn. Ik plette een paar tenen knoflook en gooide die erbij. Ik husselde het geheel in een ovenschaal en roosterde de meiraapjes vervolgens in de voorverwarmde oven. Ik proefde toen ik vermoedde dat het klaar zou zijn. Het was nog niet zo ver. Ik zette thee en proefde daarna weer. Perfect. Ik heb de tijd niet bijgehouden.

Ik sneed wat courgettebloemen in reepjes. Dan weet ik het even niet meer. Heb ik de meiraapjes wel of niet in een simpele vinaigrette (olijfolie, citroen, zwarte peper, zout)  omgeschept?  En als wel: deed ik dit voor of na het toevoegen van de gesneden courgettebloemen? Wie zal het zeggen? Is het belangrijk? We weten allemaal wat het antwoord op die laatste vraag is.

Wat ik zeker weet is dat ik er kaas overheen heb geraspt. Ik denk dat het Parmezaanse kaas was, maar het had ook pecorino kunnen zijn. En er was ook nog tuinkers. Daar strooide ik mee voordat ik het geheel fotografeerde en in stilte at.

Tijdens het eten zag ik door het raam de takken van een boom in de wind bewegen. Heen en weer. Ik dacht aan seizoenen, aan afscheid nemen, aan vluchten. Ik dacht aan de opwinding van een nieuw begin. Ik dacht aan hoe het zou zijn om permanent in de herfst te leven. En ik dacht aan dit verhaal.

(Luister.)

Comments are closed.