Rust, onrust en

cheddar koekjes

Wat is rust? Is het een soort stilte? Een soort oase in de woestijn? Een open plek in een donker bos?  Een lege, gave snelweg om overheen te glijden? Of is het een groot, warm bed dat precies zacht genoeg is? Rust is ook iets met tijd, toch? Een pauze. En inactiviteit. Dat ook. En als het iets was wat je kon vasthouden, zou het even glad zijn als een door de zee geslepen steen, dacht ik. Een beetje plat, grijswit, gaaf. Aangenaam, troostend glad. Dat je er met je hand overheen wilt. En weer. En weer. Het zou ook stevig zijn. Vast.

En wat is onrust dan? Voelt het als een stalen schuurspons? Of droog koraal? Is het hard of verbrokkelt het in duizenden kleine rotstukjes tussen je vingers als je het vasthoudt? Of groeit het over dingen heen als mos? Of woekert het als munt? Of is het als klimop op de gevels van oude huizen? Of is het een stekelige, harde schil die om iets moois zit? Zodat je met het juiste gereedschap en wellicht een beetje geweld bij de kern kunt komen misschien?

En is verdriet dan als de herfst? In schone kleuren en geuren gehulde vergankelijkheid, maar ook onaangenaam nat en koud? En die door alles heen snijdende wind?  Wat is dat dan? En is de lente dan hoop? En is verwarring zoiets als een wervelwind? En schrik dan? En berusting? En troost?

Gisterochtend maakte ik een wandeling door de stad en het park en voelde ik dat het herfst was. Mijn vingers waren koud, ik verloor grip zoals ik dat altijd doe als het kouder wordt en ik zag laarzen en handschoenen in mijn nabije toekomst. Eerst liep ik me nog vragen te stellen, maar dit verminderde naarmate ik liep. Halverwege de wandeling kreeg ik zelfs aandacht voor mijn directe omgeving. Hoezee.

Ik zag voor de deur bij een coffeeshop een lange rij mensen wachten tot de deur open ging. De deur ging nét open toen ik langs de rij liep. Een vrouw in de rij slaakte een verrukte kreet. Ik moest erom glimlachen. Ze zag me. Haar gezicht was moe en versleten, maar ze lachte breed terug. Mooi.

Ik zag ook mijn hondenwens terug in het park. Het kaatste van een jonge vrouw op me af. Ze zat in de zon op een bankje naast een rustig in-en uitademend bruin-zwarte bastaard en deed niets. Senang zijn. Naast de kleine bastaard. Verder niets. Prachtig.

Ik sprak lopend door het park een vriend, bedacht dat bellen toch best fijn is en stopte op de terugweg, als de grote muts die ik ben, bij elke verkleurende boom. Gewoon om te kijken.

Ik plukte ook een boek uit een neem-maar-mee-boekenkast in de wijk. Ik las ‘Remco Campert’, maar er stond ‘Remco Daalder’. Natuurlijk. Nu blijk ik een boek over gierzwaluwen in huis te hebben. De flaptekst vertelde me zojuist  dat gierzwaluwen vanuit hun overwintergebieden in Afrika negenduizend kilometer naar het noorden vliegen om net dat ene dak in de Kinkerbuurt in Amsterdam te vinden waar ze vorig jaar ook zo fijn hebben gebroed. Maar poëtischer nog: gierzwaluwen eten, paren en slapen in de lucht. Dat raakte me. Ik weet niet waarom.

Nu wacht ik tot de vragen terugkeren. Dat doen ze vast.

Ooit schreef ik dat een ricotta pancake superieur is aan een gedachte. Omdat het makkelijker is om een pancake te delen en omdat je een pancake, in tegenstelling tot een gedachte, wél in je mond kunt stoppen. Over deze cheddarkoekjes zou men kunnen zeggen: ze lossen niets op, maar ze smaken wel goed. Of: deze koekjes zijn makkelijker te delen dan gevoelens. Ze zijn ook kleiner. En er is een recept voor. Hieronder.

Maar eerst, ter afronding, een gedicht (klik) en dansende lichamen (kijk maar even).

 

Cheddarkoekjes

  • 100 gram geraspte oude cheddar
  • 125 gram bloem
  • ¼ theelepel bakpoeder
  • ¼ theelepel zout
  • 1/8 theelepel chipotlepoeder (of cayennepeper/ gerookte paprikapoeder)
  • 4 eetlepels roomboter
  • 2 theelepels melk
  • 2 ½ theelepel paprikapoeder (of meer of minder als je dat lekker vindt.)
  • 2 eetlepels ghee

 Verwarm de oven voor op 180 graden.

Meng in een keukenmachine met een deeghaak bloem, bakpoeder, kaas, roomboter, melk,  zout, chipotle (of cayenne/paprikapoeder) tot er een deegbal ontstaat. (Geen keukenmachine? Gebruik je handen.)

Zet de deegbal circa een half uurtje in de koelkast. Doe in die tijd iets leuks voor jezelf.

Neem dan een stuk bakpapier en rol de deegbal daarop uit.

Snijd het deeg met een ravioli/ pastamesje in vierkante koekjes. Maak die zo groot als je wilt. We leven in een vrij land.         Maak met een satéprikker of iets anders puntigs een klein gaatje in het midden van elk koekje.

Bak de koekjes zo’n 5 tot 7 minuten in de oven. Ze moeten niet helemaal bruin worden.

Smelt de ghee en meng met nog wat paprika en eventueel wat zwarte peper als je dat lekker vindt.

Borstel de koekjes dan met het ghee-mengsel en bak nog een minuut of twee in de oven.

Laat afkoelen en bewaar in een luchtdichte pot of eet tot je misselijk wordt.

Comments are closed.