Weemoed en een

donkere chocoladetaart met bloedsinaasappel-mascarpone frosting

Ik keek, vlak voordat we op Schiphol landden, uit het raam. Ik zag file op de snelweg.
Het duurde maar even, dat uitzicht, maar de rijen auto’s met de lichten aan in de regen maakten we weemoedig.

Ook thuis kon ik eerst maar moeilijk landen. Ik moest mijn draai nog vinden in de stad. Alles en iedereen was er nog; de straattegels, de straatverlichting, de meneer met het straatnieuws die bij de Hema de deur open houdt, het water in de grachten, de jongens van de Volkskrant, die ene man met zijn bijbelteksten-display, de Griek die een crisismenu op het bord aankondigde. Toch was het vreemd, alsof ik niet door de stad maar door een exacte kopie van de stad liep; een filmdecor vol figuranten waar ik per ongeluk in beland was. Misschien had ik de dingen en de mensen moeten groeten. Misschien had ik moeten zeggen ‘Hoi. Ik ben het. Ik ken je. Ik was weg. Nu ben ik terug.Troost me.’

In plaats daarvan ging ik naar de kapper en naar die ene lekker ruikende winkel, maar zoals altijd met consumeren: het hielp maar even.  Ik heb in het filmdecor gewandeld, gelezen, mezelf getrakteerd op sushi, geluncht met een voortreffelijke biologische caesar salad en lieve mensen getrakteerd op koffie. Het hielp allemaal een beetje, maar het kwam pas goed toen iemand me belde om te vertellen dat er bij de visboer op de markt verse kuit lag. In filmdecors verkoopt men geen verse kuit. Dat weet iedereen. Ik vond ook nog bloedsinaasappels in de stad die inderdaad geen filmdecor meer bleek te zijn. Bloedsinaasappels winnen het van de weemoed. Altijd. Ook dat weet iedereen.

Ik bakte en ik kookte en ik landde.

Deze taart was voor mijn collega’s die in de winter waren achtergebleven terwijl ik aan de andere kant van de wereld in de zee banen zwom. Ze waren lief, maar ook bleek en een tikkeltje futloos. Sommigen waren ronduit verdrietig. Er was veel gebeurd. Ik had geen oplossingen. Wel taart. Dat hielp een beetje.

(Luister.)

 

Donkere chocoladetaart met bloedsinaasappel-mascarpone frosting

      • 600 ml spa rood
      • 150 gram cacaopoeder (puur, ongezoet)
      • 155 gram ongezouten roomboter
      • 335 gram witte basterdsuiker
      • 150 gram rietsuiker
      • 335 gram bloem
      • 2 theelepels zout
      • 3 grote eieren
      • 2 theelepels baking soda

Voor de frosting

    • 250 gram roomboter
    • 350 gram mascarpone
    • een klein snufje zout
    • 10 eetlepels poedersuiker
    • sap en schil van 1 citroen
    • sap van twee kleine bloedsinaasappels
    • schil van 1 bloedsinaasappel

Verder nodig: 2 springvormen van 24 cm en een springvorm van 12cm voor de proeftaart.

 

Verwarm de oven voor op 160 graden.

Leg de springvormen op een stuk bakpapier en teken met een potlood om de vormen heen een cirkel. Knip de cirkels uit het bakpapier.

Vet de springvormen in met roomboter en leg de eerder uitgeknipte cirkels in de springvormen.

Snijd 155 gram boter in blokjes.

Doe spa rood, cacaopoeder en boterblokjes in een pan en verwarm zachtjes tot de boter gesmolten is.

Voeg dan basterdsuiker en rietsuiker toe aan het nu vloeibare boter-spa-cacao-mengsel en klop totdat de suikers opgelost zijn. Zet het vuur dan uit en laat het mengsel afkoelen.

Meng in een grote kom bloem, baking soda en zout.

Kluts in een andere kom de eieren.

Controleer of het boter-spa-cacao-suiker-mengsel inmiddels afgekoeld is. Klop daar de geklutste eieren door als dat het geval blijkt.

Vouw dan voorzichtig het droge mengsel door het vloeibare mengsel. Voorzichtig. Niet kloppen, maar vouwen. Hiermee voorkom je een stugge taart. Het beslag kan een beetje klonterig zijn. Dat is niet erg. Als het droge mengsel maar goed in het vloeibare mengsel is opgenomen en er geen enorme bloemklonters in het beslag zijn, is dat prima.

Verdeel het beslag over de twee grote springvormen en giet het resterende beslag in de kleine vorm voor een proeftaart.

Bak een kwartier in de voorverwarmde oven. Draai de vormen (een kwartslag tot 180 graden). Bak dan nog een kwartier. (Denk erom dat de kleine taart sneller gaar is.)

Controleer of de taarten gaar zijn door er met een satéprikker in te prikken. Als de prikker er schoon uit komt is de taart gaar.

Laat de taarten ca. een kwartier in de vormen afkoelen. Snoep desgewenst alvast wat van de kleine proeftaart.

Verwijder de taarten uit de vorm en laat ze op een taartrooster helemaal afkoelen.

Laat ondertussen de mascarpone, boter en melk op kamertemperatuur komen.

Meng dan in een grote kom de mascarpone, een snufje zout, het sap en de schil van 1 citroen, het sap van 2 kleine bloedsinaasappels en de poedersuiker met een handmixer tot een gladde frosting. Proef of je zo tevreden bent met de frosting.

Leg, als de taarten helemaal afgekoeld zijn, een van de twee taarten op een bord of plateau of taartdoos. Smeer daar een laag frosting op.

Leg de tweede taart op de frosting-laag. Smeer de rest van de frosting over het geheel tot de hele taart bedekt is.

Rasp daar de schil van een bloedsinaasappel overheen.

Maak iemand blij.

Comments are closed.